zaterdag 24 april 2010

<a href="http://samamidon.bandcamp.com/album/i-see-the-sign">How Come That Blood by Sam Amidon</a>

woensdag 21 april 2010

The Limits Of Control

"The universe has no centre or edges, reality is arbitrary"

In deze Jim Jarmush-film volgen we een loner (Isaach De Bankolé) terwijl hij in Spanje op cryptische opdrachten wacht.

Ziehier het volledige plot! Toegegeven, dat is licht overdreven, er zijn een aantal ontmoetingen. Een blondine met een cowboyhoed (Tilda Swinton), een vrouw die steeds naakt is (Paz De La Huerta), een bohemien (John Hurt) en nog enkele andere weirdo's. Maar om te zeggen dat deze ontmoetingen het plot in gang zetten of voortstuwen is wat veel gezegd. Jarmush heeft er net voor gezorgd dat er zo min mogelijk gebeurt in deze film. We zien onze man wachten en af toe komt de persoon waarop hij wacht naast hem zitten en geeft hem een luciferdoosje en voert een kleine conversatie over kunst, wetenschap, film,.... Deze luciferdoosjes bevatten steeds een papiertje (dat Isaach steeds op eet) die hem naar de volgende wachtplaats leiden tot hij uiteindelijk bij de persoon komt die hij moet doden.

“style over substance” is de beste manier om deze film te beschrijven. Niet dat er geen aandacht wordt geschonken aan diepgang (wat er gezegd wordt is vaak daadwerkelijk interessant, tenzij het over het “verhaal” gaat want dat is toch niet te snappen), maar stijl primeert gewoon. Welke stijl? Wel, hier is het antwoord weer minimalisme, maar dan wel van het hele mooie soort. Jarmush dweept al jaren met Melville's Le Samuraï en deze film is op een even abstracte en afstandelijke manier gefilmd. Net als in Le Samuraï volgen we een eenzaat die amper praat, en net als in voorgenoemde balanceert Jarmush dit door ongelooflijk veel te focussen op de details van het leven van de “lone man”. Zo zien we hem steeds “2 espresso's in seperate cups” bestellen en drinken, de papiertjes met zijn opdrachten opeten, tai chi oefenen, naar het museum gaan om maar één schilderij per bezoekje te bekijken, kleren aandoen, in zijn bed liggen wachten tot de nacht voorbij is zonder te slapen,..... Een andere tactiek die Le Samuraï en The Limits Of Control beiden gebruiken om het zwijgen van het hoofdpersonage te laten werken is heel veel ambientgeluiden gebruiken. Alle andere geluiden rondom hen worden luider afgespeeld. Vergis u niet! Dit is geen remake van Le Samuraï, maar eerder een variant erop, net als het een variant is op de meeste “crime films” maar dan een zo minimalistisch, abstract en gestileerde versie. Eigenlijk is dit niet eens Jarmush' eerste variant op Le Samurai, dat was Ghost Dog, maar die was veel minder gestileerd en richtte zich meer op de psychologie van het hoofdpersonage. Hier is van psychologie niks sprake.

Nu visueel alle eer aan Jarmush toekennen zou wat overdreven zijn. Enorm bepalend voor de (sublieme) look van deze film is Christopher Doyle, één van de allerbeste D.P. 's (Director Of Photography of gewoon cameraman) van onze tijd. Jarenlang was hij de vaste cameraman van Wong Kar Wai en diens slechtste film was niet toevallig zijn eerste zonder Doyle. Wat hij hier doet is fenomenaal. Aangezien een groot aantal van de handeling herhaald worden, kiest hij (om het visueel interessant te houden) steeds voor een andere hoek maar dit doet hij steeds zonder ooit maar één keer een “mindere hoek” te kiezen. De meeste cameramannen zijn blij met een mooi beeld in één plaats van een ruimte, Doyle vindt er schijnbaar zonder moeite een dozijn. Zijn werk met kleuren is (zoals gekend) geniaal. Het lijkt echt alsof hij op de lens kan schilderen want de kleuren gaan zo mooi en natuurlijk in elkaar over dat het bijna een sfumato lijkt, maar hij kan zelfs in zo'n beeld echt felle kleuren heel mooi naar voren laten komen, hoe hij het doet weet ik niet, maar het is onwaarschijnlijk. Bovendien is het heel slim in beeld gezet. Nadat we al enkele malen onze Lone Man Tai Chi hebben zien oefenen krijgen we opeens een muur te zien. De camera komt rustig dichterbij en ineens zweeft de Lone Man's hand voorbij. We zien enkel een zwaaiende hand maar weten direct wat hij aan het doen is, lijkt simpel maar is heel slim. Maar er zijn nog dingen, zo krijgen we steeds kleine belletjes te horen als er spuitwater wordt ingeschonken wordt, krijgen sommige beelden na een cut een focuspull wat een beetje werkt als een “fade in” bij muziek, een jump cut bij een lucifer die aangestoken wordt doet ons even opschrikken,....En nog veel meer kleine inventieve visuele details

Visueel steekt deze film dus goed in elkaar. Qua acteren is het ook niet slecht. Isaach De Bonkolé krijgt maar 15 zinnen te zeggen en heeft waarschijnlijk als opdracht gekregen “beweeg je gezicht zo weinig mogelijk”, maar met zijn charismatisch gezicht en gecontroleerde manier van acteren slaagt hij er toch in om heel duidelijk emoties over te brengen zonder zijn gezichtspieren echt te gebruiken. De andere acteurs doen ook niet onder. Vooral Tilda Swinton is geniaal “Sometimes I like it in movies when they're just sitting there, not saying anything” wat volgt is een awkward en woordloos gezit in een film.

De vraag die overblijft is “is dit nu een goede film”. Wel dat hangt ervan af. Visueel is dit topniveau, maar je moet erbij nemen dat er geen verhaal in zit en een groot deel van de gebeurtenissen absoluut geen logica bevatten-behalve dan om van onze Lone Man een cooler personge te maken, wat toegegeven wel vrij goed lukt. De kans is zelfs groot dat je hem zal haten. Ik haatte hem niet, ik genoot voor een groot deel van de beeldenpracht maar uiteindelijk vond ik het toch wat te mager om een echt goede film te zijn

VERDICT: 6.5/10

zaterdag 27 maart 2010

Hicks

Not all truth is funny. But that which is funny is true. I don't believe you heard me. I said, what is funny is invariably, undeniably and inescapably just that: the truth. And just so, the truthful voice of Bill Hicks has been haunting me; dancing around my face like a bee; has turned my head like a strange smell, and has stopped me as quickly and as effortlessly as a spider's web that I have just walked through. I recoil, out of balance, stymied by human frailty in the face of that near-invisible strand which is timelessly, triumphantly animal. We fear the animal. Hate its base motivations; hate its mindless destruction and arrogant reproduction. Hate its stench and compassionless, selfish resolve. But listen: The thing that you hate in others is almost always the thing that you really hate about yourself. More truth (I'm not making this up). But somehow Bill Hicks turned that reflection of himself upside-down and backwards, like one seen in a cereal spoon: the things that he loathed about himself he loved others for, recognizing in them a familiar human frailty and a timeless, animal urge to survive. No matter how foolish most people look doing it. Surviving, I mean. And to be sure, we do look ridiculous, even when we are doing it with a straight face and in nice clothes. We are animals, thinly disguised in spats and bowler hats, trying to hang on. Yes, surviving is rarely gracefully done, but it is beautiful to witness. And somehow, against all odds, Bill Hicks himself continues to survive. Even though he's long been dead, in my mind Bill is probably watching TV, napping, or cursing those who surround and help him. And they curse him back, I imagine, once they've left his room. But they love him, for being a contentious, frail, timeless, ridiculous, hateful and beautiful animal, who has somehow survived under the burden of almost unspeakable truths, giving us back, as clearly as a silver spoon, reflections of ourselves as people we can love and forgive.

The ghost of Bill Hicks has, yes, haunted me of late. I don't know why, exactly, or why now. But there was no mistaking whose ghost it was when it arrived. So when I felt myself visited upon, occupied by the countenance of another —in this case Bill Hicks— it was natural for me to surrender to it. I was only too happy.

You see, others frequently believe they are trafficking in The Truth. I'm not sure who's to blame for that. But almost nobody ushering forth any real and significant truth thinks that that's what they're doing. Or at least they wouldn't admit it. Truth of the highest order is to be resisted, dragged from you on the gallows; played as a trump card and only as a last resort; because The Truth is frequently not good news to anybody. It rarely appears heroic at the time, to be the bearer of truth, but more like an affliction.

Most of us think it very noble to search for the Truth. It's romantic. It's poetic in a rugged, wind-blown, Sam Shepard-y kind of way. To be a searcher. I'll start over. To search for the truth is hip. To find it is another matter altogether. For finding it makes one responsible for it. Like finding a stray kitten: once you've seen it you become somehow morally obliged to it. And then you've become one of them, "a cat person." And nobody you know wants to see you coming with that Stray Kitten. Because you will try, they fear, to make it their kitten as well. You will try to make them Cat People. Truth is the same way: God help you if you actually see it, know it, because then you're saddled with it. Better to be vaguely, honorably in search of the Truth. Bill Hicks saw Truth before me or anybody else had a chance to warn him, poor bastard. He turned a gritty corner one day as a young man in Chicago and The Motherfuckin' Truth was on him -not like a stray kitten, but like a full-grown alley cat who has just eaten and still isn't satisfied. He held onto it, this "cat." Made a coat out of it, and wore it to New York; hid his secret heart beneath it and opened it like a curtain onstage; wore it when he tried to find love; had it on when he went down on it all; pretended he'd never seen it before, didn't know whose coat it was, when he married up with a pipe and became angry and tired and disillusioned and full of self-loathing, and doused himself with brandy and lit the fuse, melting that animal spirit deep into his own. He tried to swear it off, but The Truth was on his skin like a rank smell, and he became responsible for its delivery, even when he couldn't live up to its message.

And of course, nobody can live up to it. But for those who live up to the attempt at living up to the truth, there is reserved a special place in heaven. And there are no cats there, smelling up the place. But Miles is there. And Buckminster Fuller and Buster Keaton, Nathanael West, Charlie Parker, Stanley Kubrick, Flannery O'Connor, Preston Sturges, Yasujiro Ozu and Robert Johnson. ("Where's Shopenhauer?" someone asks. That's him at the bar with Roberto Clemente.) And amongst them sits Bill Hicks. And they will sit over cups of fresh coffee, or so I choose to believe, and say, "Damn. Glad that's over."

donderdag 25 maart 2010

Prachtig lawaai

Jesu-Dead Eyes
http://www.youtube.com/watch?v=ySJ0cXJGoyY

Fuck Buttons- Flight Of The Feathered Serpent

Wilco- Spiders (Kidsmoke)
http://www.youtube.com/watch?v=TuNP_rFu91I&feature=fvsr (dit lied duurt eigenlijk nog een volle 2 minuten langer, en let aub niet op de clip!)

M83- Lower Your Eyelids To Die With The Sun

Sufjan Stevens- You Are The Blood

Mogwai- Two Rights Make One Wrong

Slint- Washer

Gavin Bryars/Aphex Twin- Raising The Titanic

Sonic Youth- Rain On Tin

Maar Nikolas, heb jij het dan echt zo voor lang uitgesponnen, inherent melodische liedjes die er beter uitkomen als je ze zo luid mogelijk speelt? JA!

Voor al wie nog dergelijke liedjes kent en wilt posten, reageer gerust! Next time we'll do weird hip hop!

vrijdag 5 februari 2010

The Werckmeister Harmonies



Een oven met daarop “Memphis”. Een barman die roept dat de bar gaat sluiten. Een gezette, dronken man die vraagt om op Valushka te wachten - wanneer hij komt schuift iedereen direct de tafels opzij om een kleine ruimte te maken.

Valushka zet zich in het midden, neemt de dronken man die vroeg om op hem te wachten bij de arm en zet hem in het midden. Hij mag de zon uitbeelden, hij heft zijn armen op en begint met zijn vingers te bewegen. Valushka brengt een tweede man aan en zegt “En nu, hebben we een uitleg die simpele mensen als onszelf over immortaliteit kan doen denken. Al wat ik van jullie vraag is dat jullie met mee komen in het grenzeloze, waar aanwezigheid, stilte en vredige oneindige leegheid heersen.”

Hierna laat hij de tweede man, als aarde, rond de zon en zijn eigen as draaien. Al gauw brengt hij een derde man aan, die, als maan, rond zijn eigen as en de aarde zal draaien. De twee mannen die de aarde en de maan uitbeelden botsen af en toe wat tegen elkaar aan, maar gaan gewoon rustig door. Tot Valushka tussenkomt. Hij brengt de maan tussen de aarde en de zon in en vertelt dingen als “Alles wat leeft is stil. Gaan de heuvels ons verlaten? Zal de hemel op ons neervallen? Zal de aarde onder onze voeten opensplijten? We weten het niet. We weten het niet, want een totale ecplips is over ons heen gevallen.”

Na een stil moment, neemt hij zijn drie kompanen weer bij de hand, en vertelt hen dat de maan van achter de zon weg zwemt, en hoe de aarde terug opwarmt. Hierna beginnen ze weer aan hun dans, de zon staat stil, de aarde draait rond zichzelf en de zon, de maan rond zichzelf en de aarde. Valushka gebaart naar de overige aanwezigen om mee te doen, en al gauw staan er een tiental bedronken mannen rond een zon te draaien, tot de barman er tussen komt, naar de deur stapt en hen naar huis stuurt. Hoewel iedereen stopt met dansen, is het enkel Valushka die echt gehoor geeft aan wat de barman te zeggen heeft. Terwijl hij het café verlaat spreekt hij nog even de barman aan met de woorden “Maar meneer Hagelmayer, het is nog niet gedaan”.

Hierboven ziet u een beschrijving van het allereerste, tien minuten durende shot uit “The Werckmeister Harmonies”. Hierna volgen er nog twee uur en welgeteld 38 shots van een even grote schoonheid en meesterschap als het eerste.

De man die hiervoor verantwoordelijk is heet Béla Tarr. De Hongaar heeft altijd al lange shots gebruikt, maar zijn stijl is wel drastisch geevolueerd door de jaren heen. Zijn beginperiode is duidelijk sociaal realistisch, ruwer en geïnspireerd op John Cassavetes (en niet zijn talentloze zoon Nick!). Natuurlijk geacteerde familliedramas waarin de camera van de ene close up naar de andere trekt, terwijl de acteurs ellenlange discussies voeren, waarin ze zichzelf zelfs vaak herhalen, zoals we dat in de realiteit ook plegen te doen.

Eind jaren 80 veranderde Tarr echter van stijl, de ruwe close ups ruilde hij in voor abstractere medium en longshots. Ook thematisch veranderde er heel wat, het rauwe realisme maakte plaats voor een meer metafysische en poëtische invalshoek.

Deze verandering heeft voor een groot deel te maken met Lazlo Krasznahorkai, een Hongaarse schrijver die na Tarr’s eerste vier ‘realistische’ films steeds mee aan de scenario’s schreef is een essentiële component in de verbreding van Tarr’s visie! Zo is “The Werckmeister Harmonies” gebaseerd op Krasznahorkai’s boek “The Melancholy of Resistance” (een prachtige titel trouwens).

In de film volgen we de jonge postman en dromer Valushka. Door zijn ogen zien we de komst van een ‘circus’ - meer een container, met daarin een gigantische dode walvis en een prins. Doorheen de film zien we hoe de komst van dit circus het dorpje in een staat van chaos en vernieling brengt.

Tarr laat het verhaal zich op een aparte manier ontplooien. Door te focusen op Valushka, die voor een lange tijd niet weet wat gaande is en door andere personages voor andere doeleinden gebruikt wordt, krijgen we lange tijd enkel glimpsen en geruchten van de plot (hierin lijkt Tarr op de latere Godard, waarin zijn personages niet echt weten en beseffen welk groot plot er gaande is-zoals in het echte leven- bij Godard kan het hen vaak zelfs niet eens schelen).

Tarr zei ooit "I despise stories, as they mislead people into believing that something has happened. In fact, nothing really happens as we flee from one condition to another ... All that remains is time. This is probably the only thing that's still genuine -- time itself; the years, days, hours, minutes and seconds." En wat is tijd meer dan het opdelen van de rotaties van de aarde rond de zon?

Tijd zelf speelt ook een aparte rol in de film zelf. Harmonies klokt af op 145 minuten en dat is naar de standaard van vandaag niet overdreven lang (kijk maar eens naar de Harry Potter films). Maar door zijn manier van vertellen en zijn lange balletachtige shots, neutraliseert Tarr onze interne klok en zweven we, net als de camera, door de film heen.

Ik besef dat ik steeds terugkom op zijn “shots” en hoe ze de sleutel zijn tot zijn films, en tegelijkertijd ook hun grootste sterkte. Wel moet er gewezen worden op de complexiteit van deze shots. De compositie van zo’n shot kan tot een maand tijd in beslag nemen. De camera doolt minutenlang moeiteloos tussen de personages heen. Niet alleen moeten de acteurs zich aan hun choreografie houden - de cameraman, geluidsman, lichtman en zelfs de regisseur moeten er mee tussen bewegen.

Nog unieker, is de rol van de focus puller. Deze moet het ganse shot lang de focus van het beeld bepalen en aanpassen en aangezien Tarr niet digitaal werkt, moet de focus puller dit allemaal op gevoel doen. Tarr’s weigering om digitaal te werken (aangezien zijn films zo goed als altijd in zwart wit zijn, is dat zeer begrijpelijk, digitaal zwart wit bevat niet de warmte van culluloid, laat staan de mogelijkheid tot een sfumato of chiaroscuro) heeft nog één ander gevolg. Eén filmrol staat gelijk aan 10 minuten film, Tarr grapte ooit dat de 10 minuten limiet een censuur is van Kodak en dat hij, als hij kon, nog langere shots zou maken. Het is dan ook geen wonder dat een overgroot aantal shots ongeveer 10 minuten duren (zoals bovenvermeld shot).

Kort samengevat is dit een droomrijke, bedwelmende, nachtmerrieachtige, fantasierijke, prachtige film zonder ooit zijn gevoel met de realiteit te verliezen. Technisch superieur zonder ooit het narratief te laten verzwakken, gevuld met mooie acteerprestaties, ontroerende momenten, een minimalistische doch effectieve en melancholische soundtrack, poëtische dialogen en nog zo veel meer. Dit is zonder twijfel een meesterwerk dat kop en schouders boven het gemiddelde uitsteekt. Een aanrader voor iedereen, hoewel ik besef dat velen net door Tarr’s stijl deze film zullen afwijzen, maar zij dwalen!

Mocht u twijfels hebben over hoe ingenieus en mooi Tarr wel is; hieronder vindt u een link naar de openingsscène EN deze scène kan in 4 verschillende kaders geïnterpreteerd worden (en alle 4 zitten ze in deze recensie).

http://www.youtube.com/watch?v=zcDVjCNTVP8&feature=related


zondag 13 december 2009

The Girlfriend Experience


Workaholic Steven Soderbergh slaat weer toe. Dit is zijn twaalfde film in 10 jaar tijd, en op deze moment is nummer 13 (The Informant) in onze zalen te zien. The Girlfriend Experience is echter nooit op Belgische boden uitgebracht, terecht?

De film gaat over de high class escorte Chelsea (Sascha Grey) die aan mannen een “girlfriend experience” biedt. Ze gaat met haar klanten naar de film, eet met ze op restaurant, heeft conversaties met hen en doet er kortom alles aan om ze de illusie te geven dat ze voor heel even hun “vriendin” is. Chelsea heeft echter nog een vaste vriend waar ze 18 maand mee samen is, maar het enige schijnbare verschil tussen haar klanten en haar vriend, is dat ze haar vriend regelmatiger en gratis ziet. Chelsea werpt een schild op tegenover haar klanten. Ze laat nooit aan hen zien wie ze echt is, en doet er alles aan om haar “persona” zo goed mogelijk uit te werken. Zo houdt ze meticuleus bij welke dag ze welke kledingstukken aan had, omdat deze mee haar “persoonlijkheid” vormen ten opzichte van haar klanten. Chelsea is zoals gezegd een klasse escorte. Ze is helemaal niet goedkoop, en de klanten nemen haar mee naar dure restaurants, slapen in 4 sterren hotels, sturen haar terug naar huis met een limosine,...Kortom, rijke buisnessmen. Het geheel speelt zich echter af in een slechte tijd voor die buisnessmen. Net voor de beurscrash en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een groot deel van de conversaties gaat dan natuurlijk over de economie. Zo proberen Chelsea’s klanten haar te overtuigen waarin ze zou moeten investeren, en probeert Chelsea’s vriend meer geld uit zijn job te halen. Wanneer ze na een heikele situatie, zichzelf heel even kwetsbaar opstelt komen er (natuurlijk) problemen.

Wat drijft een man om te betalen voor sex? Wel, zeker niet enkel sex, er zijn zelfs enkele mannen die er geen nood aan hebben. Maar door een vrouw te betalen met als excuus “sex”, hoeven ze niet te zeggen “Ik ben eenzaam”“Ik heb schrik” “Ik ben oud aan het worden” “Ik maak me zorgen om mijn beroep” “ Ik kan niet met mijn vrouw en kinderen praten”,.... Eén klant slaagt zelfs de spijker op de kop “I should probably see a shrink, but it looks like much more fun to see you”

Dit is bovenal een menselijke film. Elk personage wordt met respect behandeld en niemand te kijk gesteld. Ook al is de hoofdactrice (Sascha Grey) een pornoactrice, is er nooit seks te zien, zelfs een man die schijnbaar in pamper een rollenspel wilt spelen, wordt niet als een zielig, marginaal personage aangebracht. Over Sascha Grey gesproken, ze acteert vrij sterk, en helemaal niet zoals je van een pornoactrice zou verwachten (overacteren, en veel klemtoon op klinkers). De rest van de acteurs doet het ook goed, alleen blijven ze allemaal vaag, en moeten ze niet echt diep gaan voor hun rollen. Ze blijven grotendeels op de oppervlakte.


Dat is ook net wat er fout is aan deze film. Het is allemaal veel te oppervlakkig. Chelsea is oppervlakkig omdat haar beroep dat van haar eist. Maar, ten opzichte van haar vriend, en een goede vriendin is ze even oppervlakkig. Wanneer later blijkt dat ze één beetje overdreven hard geloofd in astrologie (serieus overdreven, trust me) helpt dat niet echt. Ik weet dat het cliché van “het belezen hoertje” al vaak gebruikt is, zeker in de literatuur, maar je geeft een escorte echt geen meerwaarde door een horoscoop-nut te zijn. Ook haar vriend, blijkt enkel geïnteresseerd te zijn in meer geld te verdienen als “personal gym trainer”. “Zou hij beseffen dat hij daarmee dichter bij zijn vriendin haar beroep zitten dan hij denkt?” Probeert Soderbergh ons te doen denken. Maar dat is wat te goedkoop voor me. Als voorbeelden voor deze film haaldde Soderbergh Bergman’s “Kreten En Gefluister” en Antonioni’s “Red Desert” aan. Op zich een rare combinatie (ooit schrijf ik een blog over deze twee mannen, waarin ik ze naast elkaar zal zetten. Maar, je mag nu al weten dat ik eerder in het Antonioni kamp zit) Want compleet verschillende filmmakers. Anyway, men kan ook zeggen dat personages in films van Antonioni “oppervlakkig” zijn. En dat klopt tot op een zekere hoogte. Ja, ze kunnen oppervlakkig zijn, maar je voelt en ziet een potentieël. Ze zijn oppervlakkig, maar hoeven dat niet te zijn, en zouden meer kunnen zijn. Ik kreeg op geen enkel moment het gevoel dat de personages “meer” zouden kunnen zijn. Ook aan de verhaalstructuur schort er wat. Soderbergh verteld het verhaal niet chronologisch, en het is aan de kleding dat we moeten leren uitmaken wat zich wanneer afspeelt. Deze opsplitising voegt weinig toe aan het verhaal, we blijven enkel net iets langer geïnteresseerd omdat we willen weten hoe alles in elkaar steekt. Als dat echter blijkt tegen te vallen, dan valt het hele plan wat in duigen. Als je een film nodeloos complex moet maken om een zwak scenario te verbergen, dan heb je problemen.

Soderbergh’s stijl komt deze ‘emotionele’ vaagheid niet ten goede. Qua stijl schippert hij duidelijk wel tussen beide voorbeelden. Hij zoekt constant het gezicht van zijn actrice op (Bergman) maar houdt even vaak een afstand en focust graag op de archtitectuur van de ruimte (Antonioni). Hij cut niet te veel binnen één scène, en houdt zijn shots meestal aan, maar zorgt ervoor dat de scènes in kwestie vrij kort van duur zijn. De film werd zeer goedkoop gefilmd met de digitale Red One camera. Nu, Soderbergh moet soms nog wat zoeken met de focus van deze nieuwe camera. Maar het biedt mogelijkheden (uitstekende kwaliteit voor weinig geld).


Kort samengevat: Goed gemaakte film. Soderbergh kan filmen. Alleen blijft hij emotioneel te vaag, steekt het scenario niet goed in elkaar, en is er gewoon geen pay off voor wat je als kijker investeert. Misschien moet Soderbergh eens wat gas terug nemen, en minder (maar betere) films maken, en zich wat los schudden van zijn formalisme!

zaterdag 28 november 2009

Buffalo '66


Buffalo ‘66

Vincent Gallo. Vooral gekend van zijn muziek, en het “Cannes debacle”. Wat was dat “Cannes debacle”. Wel, in 2003 zond hij “The Brown Bunny” in bij het prestigieuze filmfestival, waarna het in de competitie werd opgenomen. Tijdens de vertoning echter, verlieten honderden de zaal, begonnen mensen luid boe te roepen en was de kritiek bikkelhard. “De slechtste film in de geschiedenis van Cannes” riepen velen. Gallo nam de kritiek ter harte en herknipte zijn film. De tweede versie was als een feniks die uit zijn as was verrezen. Vele haters van de eerste versie draaiden bij, en de film werd overwegend positief onthaald. Persoonlijk heb ik “The Brown Bunny” nog niet kunnen zien, maar genoeg daarover.

Buffalo ’66 was Gallo’s filmdebuut in 1998. De semi-autobiografische speelt zich af in Gallo’s geboortestad Buffalo en vertelt het verhaal van Billy Brown (Gallo). Na vijf jaar komt hij uit de gevangenis. Voor hij, onschuldig de bak in vloog, had hij zijn ouders heel wat wijs gemaakt. Dat hij voor de overheid werkte, dat hij daarvoor vaak moest vliegen en dat hij een vrouw had. Om aan deze leugens te voldoen, kidnapt hij een vrouw, Layla (Christina Ricci) die hij forceert om zijn vrouw te spelen. Hoewel hij er alles voor doet een beetje aandacht te krijgen van zijn ouders, negeren ze hem, zoals ze heel zijn leven gedaan hebben, compleet. Beide ouders zijn licht gestoord. De vader is een tettenzot die zwijgt, flipt als er een mes naar hem punt maar magnifiek kan playbacken, en de moeder is geobsedeerd door de Buffalo Bills. Uit die obsessie komt haar onderhuidse haat ten opzichte van haar zoon. Layla doet haar best om Billy er zo goed mogelijk uit te laten komen, maar niet meer omdat ze moet, maar omdat ze medelijden begint te krijgen en een kant van Billy ziet die zijn ouders nooit gezien hebben. De rest van de avond brengen ze samen door, Layla omdat ze stilletjes aan verliefd is aan het worden op Billy, terwijl hij, wacht om wraak te nemen(op een niet voor de hand liggend persoon).

Vooreerst het acteren. Gallo, bekend geworden als model, heeft er geen probleem mee om lelijk te lijken, om authentiek te zijn. Authentiek is ook de enige manier waarop je zijn prestatie kan beschrijven, hij is Billy Brown (het is dan ook op hem gebaseerd). Ricci is ronduit betoverend als Layla. Samen werken ze perfect, op scherm welteverstaan. Naast het scherm was het regelmatig boel tussen beiden, maar op het scherm is er een onbeschrijfelijke magie tussen beiden. Geen Bogie and Bacall klasse of dergelijk, maar je ziet ze voor je ogen samen klikken.

Het verhaal is doodsimpel, edoch iets slimmer dan verwacht. Het is een boy meets girl en het is een “ex-con” verhaal. Maar, het zijn de gebeurtenissen die het geheel zijn panache geven. Eén autorit, een etentje bij de ouders, een bezoek aan de bowlingbaan,...Het zijn steeds doodnormale banale dingen, en deze geven het verhaal een flow. Aangezien alles zo echt en normaal voelt, sta je het verhaal toe je mee te slepen. Niks is nog voorspelbaar, en als het al voorspelbaar is, dan is dat gewoon omdat het een realistisch verhaal is.

De film is voor weinig geld opgenomen, en dat zie je. De film is gemaakt met hoogstens 2 camera’s, niet meer. Dit zorgt ervoor dat de shots iets langer zijn, en meestal meerdere personages bevatten. Gallo poogt er het meeste uit te halen. De tafelscène werkt mooi met alle point of views en een Ozu-light achtige editing. Voorts houdt hij het grotendeels vrij realistisch. Er zijn (buiten de tafelscène) weinig centrumshots, en zo houdt hij het kader open en interessant. Dit wisselt hij af met drie werkelijk prachtige scènes die de film aan elkaar houden. De playbackende vader, een tapdansende Ricci en een bezoek in een striptease bar.

Het is een bitterzoete, realistische, romantische, dramatische komedie geworden (van een heel droog en minimalistisch type). Die zeer zeker de moeite is om te (her)bekijken. Het is echter net geen meesterwerkje geworden. Sommige scènes zijn ongebalanceerd, en sommige personages zijn te licht uitgewerkt. Het draait echt enkel en alleen rond Billy, die zeer realistisch is (hij is echt een vol personage en heeft zijn goede en slechte kanten). Maar zijn beste vriend (een mentaal gehandicapte genaamd Goon) en vooral Layla zijn niet echt uitgewerkt. Layla volgt Billy overal en je ziet haar reageren op hem, maar je komt heel weinig over haar zelf te weten, ze zouden even goed poppen kunnen zijn die rond Billy zweven. En ik geef toe, ergens werkt het ook. Billy is te gefixeerd op zichzelf om zich iets aan te trekken van de rest, maar laat dan toch zien dat ze “mens” zijn als Billy er niet is, of in een blik, of in iets dat ze zeggen. Ik weet het detailkritiek, maar een mens moet al eens streng zijn. Ga hem toch maar zien, want genieten doe je sowieso!

Volgers